1956

* Motto : -
* Materiaal : Papier / Karton
* Ontwerper : Jan Couwenbergh
* Aantal : 50
* Verkoopprijs : ?
* Toelichting : ?
* Bijzonderheden : ?
* Gevelplaot : ?
* Uitgegeven door : Oranje Comité
* Prins : -
* Gròòtste boer : -
* Nar : -
* Liedje (65, 66, 69 & 70 waren moto & titel liedje niet gelijk) : -
* Componist : -
* Drager : -
* Winnaar Liedjesfestival : -

 
Eén van de meest waardevolle, uitvoering in rood en wit, getekend door Jan Couwenbergh is dit veldteken uit 1956. Het materiaal waar het van gemaakt werd, papier, doet de kostbaarheid ervan niet meteen vermoeden. De massaproductie had toen nog niet zijn intrede gedaan: 50 stuks zijn er in totaal van gemaakt.

Indertijd trok het carnaval nog geen busladingen vol van boven de sloot maar was het voornamelijk een kinderaangelegenheid. De organisatie was in handen van het Oranje Comité en in het kader van eenduidigheid was het bestuur van mening dat Roosendaal een eigen embleem moest krijgen.
Het woord veldteken was toen nog in geen velden of wegen te bekennen, het woord “embleem”was toen gangbaar.
Alle wijken in Roosendaal zouden de verkoop op zich nemen, iedere dragen van zo’n embleem mocht zich “donateur van het kinderfeest”noemen.
Destijds zorgde de Grafische Kunstinrichting Van Poll Suijkerbuijk voor de uitvoering van het ontwerp: een clown gevat tussen twee Roosendaalse rozen met de tekst Carnaval Roosendaal 1956 werd getekend door Jan Couwenbergh.

De Kwakkelkraant van 1965 droeg de marketinggedachte al uit:

Edde dees Velteeke nog ?
Jao, eddet nog? At nouw is, doeget dan mee de feestdaoge op oe pet, lot aon iedereen zien, dagge d’r bij ’t eerste begien al bij waar.
Dan kunde mee recht en reeje zegge, asse oe vraoge: Edde z’alle ellef?
Jao, kek maor aon me petje, daor ziede m’n stamboeknummer. (Bron:De Kwakkelkraant 1965)